inloggen-button

 

word-lid-button

 
mobiel-knop-blauw-pensioen
mobiel-knop-blauw-zorg
mobiel-knop-blauw-welzijn
mobiel-knop-blauw-bank
button-pensioen
button-zorg
button-welzijn
button-de-bank
 
 

Begrippenlijst

 

begrip-pixa-owl-47526-640-small

Actuariële en Bedrijfstechnische Nota (ABTN)
Een door de wet voorgeschreven nota waarin de hoofdlijnen van de pensioenregelingen, de actuariële grondslagen, de financieringsopzet, de sturingsmiddelen, het beleggingsbeleid en de organisatorische opzet van het pensioenfonds zijn beschreven.

Actuariële grondslagen
De veronderstellingen met betrekking tot onder meer de rekenrente, kansstelsels en kostenopslagen die een actuaris hanteert bij het vaststellen van de pensioenverplichtingen en de pensioenpremie.

Actuariële analyse of verzekeringstechnische analyse
In de actuariële analyse wordt door de actuaris de betekenis van opgetreden verschillen tussen de actuariële grondslagen en de werkelijke ontwikkelingen geanalyseerd.

Actuariële Principes Pensioenfondsen (APP)
De door DNB aangegeven principes op grond waarvan DNB de actuariële en bedrijfstechnische opzet en de financiële positie van een pensioenfonds beoordeelt. In dit kader zijn voorschriften geformuleerd betreffende de toereikendheid van de voorzieningen en compensatie van eventuele tekorten. Bij de toereikendheid zijn de volgende elementen van belang:

+ waardering van de beleggingen op actuele waarde;

+ het gebruik van prudente sterftegrondslagen;

+ de voorziening van toekomstige tekorten;

+ een rekenrente van maximaal 4% voor geïndexeerde pensioenaanspraken; en

+ een weerstandsvermogen in verband met mogelijke waardedaling van de aanwezige middelen.

Beschikbare-premieregeling
Bij een beschikbare-premieregeling worden geen pensioenaanspraken verleend maar premies beschikbaar gesteld, die samen met de daarop behaalde rendementen op pensioendatum een pensioenkapitaal opleveren dat kan worden aangewend voor de aankoop van pensioenaanspraken. Het beleggingsrisico ligt in beginsel bij de deelnemer.

Contante waarde
De waarde op dit moment van een toekomstige geldstroom, rekening houdend met een bepaalde rentevoet en - als het gaat om pensioenuitkeringen - actuariële grondslagen.

Conversie
De omzetting van pensioenaanspraken in andere pensioenaanspraken. Ook de persoon van de verzekerde kan bij conversie worden gewijzigd. Dit laatste is het geval als bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, waarin is bepaald dat de contante waarde van de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, en de contante waarde van het bijzonder partnerpensioen worden omgezet in een aanspraak op ouderdomspensioen voor de ex-partner.

Deelnemersjaren
De jaren die de werknemer heeft doorgebracht als deelnemer aan de pensioenregeling.

Dekkingsgraad
De verhouding tussen enerzijds de contante waarde van de op dat moment geldende reglementaire pensioenaanspraken en anderzijds het aanwezige vermogen. De dekkingsgraad wordt als graadmeter gezien voor de mate van zekerheid dat de toegezegde pensioenen ook daadwerkelijk kunnen worden uitbetaald. De dekkingsgraad bij ABN AMRO Pensioenfonds is de waarde van het pensioenvermogen als percentage van de waarde van de pensioenverplichtingen.

Dekkingstekort
Er is een dekkingstekort indien het Eigen vermogen minder is dan het Minimaal vereist eigen vermogen.

De Nederlandsche Bank (DNB)
Door de fusie tussen De Nederlandsche Bank en de Pensioen- & Verzekeringskamer in 2005 is De Nederlandsche Bank de toezichthouder op onder andere pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen.

Eigen vermogen
Het eigen vermogen is het verschil van het Pensioenvermogen en de voorziening pensioenverplichtingen.

Eindloonregeling
Bij een eindloonregeling wordt bij de opbouw van het pensioen uitgegaan van het laatstgenoten salaris als pensioengevend salaris over de duur van het deelnemerschap.

Fictieve deelnemersjaren
De extra jaren die een werknemer geacht wordt te hebben doorgebracht als deelnemer aan een pensioenregeling als gevolg van in- en externe waardeoverdracht.

Financieel Toetsingskader (FTK)
Het Financieel Toetsingskader is de opvolger van APP. Het FTK zal worden opgenomen in de Pensioenwet. De toereikendheidstoets in het kader van het FTK omva:

+ een continuïteitstoets, waarbij de risico’s op lange termijn getoetst worden of de risico’s op lange termijn zich binnen de geldende risiconormen bevinden;

+ een solvabiliteitstoets, waarbij wordt bepaald of er, met een adequate kansmaat, voldoende vermogen aanwezig is om risico’s over een periode van één jaar op te vangen; en

+ een minimumtoets, waarbij de hoogte van de technische voorziening voor de pensioenverplichtingen ten minste gelijk is aan de actuele waarde in het economisch verkeer van de verplichtingen.

Financieringsovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst
Een overeenkomst tussen de werkgever en het pensioenfonds met betrekking tot onder meer de financiering van de pensioenverplichtingen.

Franchise
Teneinde een maatschappelijk aanvaardbaar pensioen te bereiken, hoeven er geen pensioenaanspraken over het volledige salaris te worden opgebouwd, aangezien er ook AOW wordt uitgekeerd. De franchise houdt hier in meer of mindere mate rekening mee. De franchise is dat gedeelte van het pensioengevend salaris waarover vanwege de AOW geen pensioen wordt opgebouwd.

FVP-regeling
Deze regeling stelt onder voorwaarden onvrijwillige werkloze deelnemers in staat om hun pensioenregeling tijdens de werkloosheidsperiode voort te zetten. De pensioenpremiebijdragen komen voor rekening van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering

Indexatie
De aanpassing van opgebouwde pensioenaanspraken aan prijs- of loonontwikkelingen.

korting-pixanull-2422185-640

Korting
Indien na toepassing van de inhaalindexatiebepaling in de uitvoeringsovereenkomst de vermogenspositie van het Pensioenfonds de premiekortinggrens heeft bereikt, strekt dit vermogenssurplus in mindering op de door de Werkgever te betalen premie, met dien verstande dat de premie niet negatief kan worden.

- De kostendekkende pensioenpremie bestaat uit:

a. de inkoop van de pensioenopbouw van de deelnemers, inclusief de risicopremie voor het partnerpensioen voor toekomstige opbouw en het wezenpensioen,

b. de solvabiliteitsopslag,

c. een opslag voor de toekomstige voorwaardelijke toeslagen van de opgebouwde aanspraken van de deelnemers,

d. een opslag voor de dekking van de kosten van premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid, en

e. een opslag of vrijval voor de excassokosten.

Middelloonsysteem
Bij een middelloonsysteem wordt bij de opbouw van het pensioen uitgegaan van het gemiddelde pensioengevend salaris over de duur van het deelnemerschap.

Minimaal vereist eigen vermogen
Het minimaal vereist eigen vermogen bedraagt 5% van de voorziening pensioenverplichtingen.

Onderdekking of dekkingstekort
Indien het Eigen vermogen minder is dan het Minimaal vereist eigen vermogen.

Opslag
Als het Dekkingstekort naar verwachting niet binnen een jaar is opgeheven wordt met ingang van de maand volgend op de maand waarin het Dekkingstekort is ontstaan een zodanige opslag verschuldigd en betaald dat het Dekkingstekort binnen een jaar is opgeheven. Met ingang van de maand volgend op de maand waarin is vastgesteld dat geen sprake meer is van Dekkingstekort is deze opslag niet langer verschuldigd.

Overlevingstafel
Een overlevingstafel geeft aan wat de levens- en sterftekansen van mannen en vrouwen zijn afhankelijk van de bereikte leeftijd. De overlevingstafels worden door actuarissen gebruikt bij hun berekeningen van de Voorziening pensioenverplichtingen (VPV) en de pensioenpremies.

Overgangskosten 2000
Dit zijn de kosten verbonden aan de overgang van de pensioenregeling 1992 naar de pensioenregeling 2000 (EUR 501 miljoen). Deze kosten hangen samen met de toenmalige vervroeging van de pensioendatum. Deze kosten worden maximaal in 15 jaar door de Bank aan het Pensioenfonds betaald.

De overgangskosten 2000 bestaan jaarlijks (tenminste) uit:

+ de 15-jarige annuïteit met een rentevoet van 4% (EUR 43 miljoen) en

+ de CAO-loonindexatie over de restwaarde van de annuïteit.

Pensioenovereenkomst
Hetgeen tussen de Werkgever en een werknemer is overeengekomen betreffende pensioen.

Pensioenvermogen
Het pensioenvermogen is de som van de beleggingen, de Annuïtaire lening, de Herverzekeringen, de vorderingen, overlopende activa en liquide middelen onder aftrek van de overige schulden en overlopende passiva.

Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK)
De PVK was de toezichthouder op onder andere pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Door de fusie met De Nederlandsche Bank (DNB) is de PVK in 2005 opgegaan in De Nederlandsche Bank.

Premiekortinggrens
De premiekortinggrens wordt bereikt indien het Pensioenfonds beschikt over het Vereist eigen vermogen en het Eigen vermogen voldoende is om dekking te kunnen bieden aan cumulatieve stijging van alle opgebouwde aanspraken met 2% per jaar.

Premievrije aanspraak
Pensioenaanspraken van voormalige deelnemers van wie het actieve deelnemerschap aan de pensioenregeling is beëindigd en waarvoor geen premies meer behoeven te worden afgedragen.

Rekenrente
De door DNB aan pensioenfondsen voorgeschreven maximaal te hanteren disconteringsvoet bij de berekening van de Voorziening pensioenverplichtingen.

Reservetekort
Er is een reservetekort indien het eigen vermogen minder is dan het Vereist eigen vermogen maar hoger dan het Minimaal vereist eigen vermogen.

Slaper
Een slaper is een gewezen deelnemer, die een premievrij, nog niet ingegaan pensioen heeft bij een pensioenfonds.

Sekseneutraal
Men spreekt van sekseneutraal als bij de vaststelling van tarieven die gehanteerd worden bij omzetting van een kapitaal in een periodieke pensioenuitkering of bij uitruil van diverse pensioenvormen (bijvoorbeeld nabestaandenpensioen inruilen voor hoger ouderdomspensioen) geen onderscheid wordt gemaakt naar het geslacht van de verzekerde.

Technische voorziening
Een voorziening die nodig is om aan de reeds bestaande pensioenverplichtingen jegens de verzekerden te voldoen.

Toereikendheidstoets
De toets die door de actuaris in het kader van de actuariële verslaglegging ten behoeve van een pensioenfonds wordt opgesteld over de toereikendheid van de aangehouden activa om de aangegane pensioenverplichtingen op de langere termijn, dus ook in tijden van tegenspoed, te kunnen nakomen.

Uitgesteld pensioen
Zie premievrije aanspraak.

Uitvoeringsovereenkomst
Nieuwe naam voor de financieringsovereenkomst.

Vereist eigen vermogen
Het vereist eigen vermogen is het vermogen dat behoort bij de evenwichtssituatie van het Pensioenfonds. In die situatie is het eigen vermogen zodanig vastgesteld dat met de wettelijk vastgestelde zekerheidsmaat van 97,5% ten aanzien van de als onvoorwaardelijk aangemerkte onderdelen van de pensioenovereenkomsten wordt voorkomen dat het Pensioenvermogen van het Pensioenfonds binnen één jaar minder is dan de voorziening pensioenverplichtingen.

Verevening
De verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken volgens de systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

 
 
bpaa-logo